Coronavirus: regels voor de werkhervatting op 4 mei

Auteur: Catherine Mairy (legal expert)
Datum:

Een ministerieel besluit van 30 april 2020 bepaalt de modaliteiten voor de werkhervatting op 4 mei 2020.

Die verschillen naargelang het bedrijf al dan niet deel uitmaakt van de cruciale sectoren en de essentiële diensten.

Bedrijf van de cruciale sectoren en de essentiële diensten

Er worden geen wijzigingen aangebracht aan de maatregelen die momenteel van toepassing zijn op bedrijven van de cruciale sectoren en de essentiële diensten en op producenten, leveranciers, aannemers en onderaannemers van goederen, werken en diensten die essentieel zijn voor de uitvoering van de activiteit van deze bedrijven en deze diensten.

Ter herinnering: telewerk is er niet verplicht, maar het moet, in de mate van het mogelijke, samen met de regels van social distancing geïmplementeerd worden.

De werkgever die deel uitmaakt van de cruciale sectoren en de essentiële diensten kan hiervoor de generieke gids ter bestrijding van de verspreiding van COVID-19 op het werk als inspiratiebron gebruiken als de activiteiten van de onderneming niet onderbroken werden en als hij zelf al de nodige veiligheidsmaatregelen heeft genomen. 

Opgelet! De lokalen/werkplaatsen van de ondernemingen van de cruciale sectoren en de essentiële diensten zijn toegankelijk voor alle publiek, mits de hierboven beschreven voorwaarden worden nageleefd wanneer de interacties met het publiek niet kunnen plaatsvinden op afstand.

Niet-essentiële onderneming

Telewerk aanbevolen

Vanaf 4 mei 2020 is telewerk aanbevolen bij niet-essentiële ondernemingen (ongeacht hun grootte) voor alle werknemers wiens functie zich ertoe leent.

Preventiemaatregelen

Indien telewerk niet wordt toegepast, neemt de werkgever de nodige maatregelen om de maximale naleving van de regels van social distancing te garanderen en, in het bijzonder, het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon. Deze regel is ook van toepassing op het vervoer georganiseerd door de werkgever.

Concreet neemt de werkgever tijdig passende preventiemaatregelen om de toepassing van deze regels te garanderen of, indien dit niet mogelijk is, om een minstens gelijkwaardig niveau van bescherming te bieden.

Deze maatregelen die op ondernemingsniveau worden uitgewerkt, worden genomen in overleg met:

  • enerzijds, de werknemersvertegenwoordigers of, bij gebrek daaraan, de betrokken werknemers;
  • en, anderzijds, de diensten voor preventie en bescherming op het werk.

Hiermee worden met name de maatregelen bedoeld die in de generieke gids ter bestrijding van de verspreiding van COVID-19 op het werk bepaald zijn en die, desgevallend, aangevuld zijn met sectorale richtlijnen. Collectieve maatregelen hebben daarbij altijd voorrang op individuele maatregelen.

De werkgever informeert de werknemers tijdig en verstrekt hen ook een opleiding.

Het ministerieel besluit van 30 april 2020 verduidelijkt bovendien dat de Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk (FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg) belast is met:

  • het informeren en begeleiden van de werkgever en de werknemers;
  • het toezien op de naleving van de hierboven beschreven verplichtingen.

Opgelet! De in de onderneming geldende preventiemaatregelen moeten nageleefd worden door de werkgever, de werknemers, maar ook door derden, die tijdig door de werkgever worden geïnformeerd.

De lokalen/werkplaatsen van de niet-essentiële ondernemingen zijn toegankelijk voor het publiek, mits de hierboven beschreven voorwaarden worden nageleefd en alleen in het kader van relaties tussen professionelen onderling en tussen professionelen en overheden.

Bron: ministerieel besluit van 30 april 2020 houdende wijziging van het ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, B.S., 30 april 2020.