CO2-bijdrage (2): nieuwigheden

Auteur: Anne Beckers
Datum:

In de instructies aan de werkgevers van het tweede kwartaal 2014 heeft de RSZ verduidelijkingen geformuleerd over de CO2-bijdrage.

Deze verduidelijkingen hebben voornamelijk betrekking op:

  • Het vermoeden van privégebruik voor gewone voertuigen;
  • Het begrip vaste plaats van tewerkstelling;
  • Het begrip 'zeer occasioneel' privégebruik.

Het eerste punt wordt in een aparte Infoflash besproken.

Principe

De CO2-bijdrage is verschuldigd wanneer de werknemer  verplaatsingen van de woonplaats naar de vaste plaats van tewerkstelling aflegt met een gewoon bedrijfsvoertuig dat hem door de werkgever ter beschikking wordt gesteld. In principe is de bijdrage niet verschuldigd voor verplaatsingen tussen  de woonplaats en een variabele plaats van tewerkstelling.

De uitdaging is dus bepalen of een plaats van tewerkstelling al dan niet als vast beschouwd moet worden. In de administratieve instructies van het tweede kwartaal 2014 verduidelijkt de RSZ de twee criteria aan de hand waarvan bepaald kan worden of de plaats van tewerkstelling vast is.

Nieuwe definitie

Voortaan omschrijft de RSZ de vaste plaats van tewerkstelling als de plaats van tewerkstelling (zijn eigen bedrijf, een werf, een klant, …) die tegelijk aan de volgende twee voorwaarden voldoet:

  • De werknemer levert effectief prestaties van enige omvang op die plaats.

Voorbeelden:

Een technicus die ’s morgens naar zijn bedrijf rijdt, daar tijdens de voormiddag toestellen repareert, en deze tijdens de namiddag bij klanten gaat installeren, heeft een woon-werkverplaatsing, zelfs als hij aan het einde van zijn dagtaak niet terugkeert naar het bedrijf maar rechtstreeks van bij de laatste klant naar huis rijdt.

Echter, een technicus die 's morgens naar het bedrijf rijdt alleen maar om goederen op te laden, en dan gedurende de ganse dag deze goederen bij de klanten levert en nadien met dit voertuig rechtstreeks naar huis rijdt, heeft geen woon-werkverplaatsing. 

  • De werknemer begeeft zich met het voertuig tijdens het jaar ten minste 40 dagen naar eenzelfde plaats, ongeacht of dit opeenvolgende dagen zijn of niet. Indien de werknemer minstens 40 dagen aanwezig is op eenzelfde plaats is de CO2-bijdrage verschuldigd voor het ganse jaar. Deze bijdrage kan eventueel beperkt worden tot de periode waarin het voertuig ter beschikking werd gesteld bijvoorbeeld wanneer een voertuig aangekocht is in de loop van het jaar.

Gevolgen

Indien de werknemer de verplaatsingen tussen zijn woonplaats en zijn vaste plaats van tewerkstelling aflegt met een gewoon bedrijfsvoertuig en de arbeidsplaats tegelijk aan de twee bovenstaande voorwaarden voldoet, zal de CO2-bijdrage wel aangerekend en ingehouden worden.

De RSZ verduidelijkt dat indien een (utilitair of gewoon) voertuig zeer occasioneel gebruikt wordt voor privédoeleinden (bijvoorbeeld, de werknemer leent een voertuig voor een weekend om een aantal meubels te verhuizen en brengt het onmiddellijk nadien terug), dit geen aanleiding zou moeten geven tot het aanrekenen van de CO2-bijdrage.

Het 'zeer occasioneel' gebruik zal wel geval per geval geëvalueerd worden door de inspectiediensten. De werkgever zal zeer voorzichtig moeten omspringen met het begrip 'zeer occasioneel' gebruik. 

Bron: Administratieve instructies RSZ  2014/02.

Auteur: Anne Beckers

17/06/2014