Brugpensioen – Werkloosheid met bedrijfstoeslag: herwaarderingscoëfficiënt 2013

Auteur: Peggy Criel
Datum:

Sinds 1 januari 2012 is de notie van brugpensioen vervangen door die van stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT). Omwille van de terminologische eenvoud behouden wij hieronder de benamingen ‘brugpensioen’ en ‘bruggepensioneerde’.

Naar jaarlijkse gewoonte bepaalt de Nationale Arbeidsraad, in toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 of de brugpensioenvergoedingen en het grensbedrag van het referteloon voor het brugpensioen moeten worden aangepast met een coëfficiënt die gebaseerd is op de ontwikkeling van de regelingslonen.

Nadat in 2012 werd beslist geen herwaarderingscoëfficiënt toe te passen, wordt op 1 januari 2013 opnieuw een herwaarderingscoëfficiënt toegepast op de brugpensioenvergoedingen en op het grensbedrag van het referteloon voor het brugpensioen

De herwaarderingscoëfficiënt wordt enkel op de brugpensioenvergoeding toegepast en varieert naargelang de maand van het referentieloon dat als basis wordt genomen voor de berekening van de brugpensioenvergoeding (over het algemeen de maand voor het begin van het brugpensioenstelsel).

De herwaarderingscoëfficiënt wordt als volgt vastgelegd vanaf 1 januari 2013:

Maandloon waarop het brugpensioen werd berekend

Coëfficiënt voor brugpensioenvergoeding vanaf 01.01.2013

voor januari 2012

x 1,0024

januari, februari, maart 2012

x 1,0018

april, mei, juni 2012

x 1,0012

juli, augustus, september 2012

x 1,0006

oktober, november, december 2012

geen aanpassing

Opmerking: het wettelijke gedeelte van de brugpensioenvergoeding wordt altijd aangepast volgens de coëfficiënt. De aanpassing van de buitenwettelijke brugpensioenvergoeding hangt af van de bepalingen van de overeenkomst.

Het brutoloon dat in aanmerking wordt genomen voor de berekening van de aanvullende brugpensioenvergoeding is op 1 januari 2013 vastgelegd op:

Datum van toepassing

Voltijds brugpensioen

Halftijds brugpensioen 

01.01.2013

€ 3.780,69

€ 1.890,34

01.12.2012

€ 3.771,64

€ 1.885,82

Op het brugpensioen (werkloosheidsuitkeringen + brugpensioenvergoeding + eventueel buitenwettelijke brugpensioenvergoeding) worden niet de gebruikelijke sociale bijdragen berekend. Er gebeurt een sociale inhouding van 6,5% op die bestemd is voor de RSZ en berekend wordt op het totaalbedrag van de werkloosheidsuitkering en de (wettelijke en buitenwettelijke) brugpensioenvergoeding. De werkgever doet die inhouding.

De toepassing van die inhouding mag echter niet tot gevolg hebben dat het totaalbedrag van het brugpensioen onder bepaalde drempels zakt. 

Sinds 1 januari 2013 zijn de drempels voor de toepassing van deze inhoudingen in geval van conventioneel brugpensioen (cao nr. 17) of halftijds brugpensioen (cao nr. 55) als volgt bepaald:

Datum van toepassing

Bruggepensioneerde zonder persoon ten laste (€/maand) (1)

Bruggepensioneerde met persoon ten laste (€/maand) (1)

 

cao nr. 17

cao nr. 55

cao nr. 17

cao nr. 55

01.01.2013

€ 1.359,10

€ 679,55

€ 1.637,06

€ 818,53

01.12.2012

€ 1.355,84

€ 677,93

€ 1.633,14

€ 816,57

Noot De inhouding van 6,5 % zal beperkt of niet doorgevoerd worden wanneer de toepassing van deze (volledige) inhouding tot gevolg heeft dat het bedrag van de werkloosheidsuitkering + de aanvullende vergoeding onder het minimumbedrag zakt dat hierboven werd weergegeven volgens de gezinslasten.

(1) Het begrip 'persoon ten laste' (in de zin van de werkloosheidsreglementering) wordt exclusief bepaald door de RVA op basis van een document dat wordt overgemaakt aan de werkgever en waarvan een kopie aan ons moet worden bezorgd. Zo niet wordt verondersteld dat de bruggepensioneerde geen personen ten laste heeft.

Auteur: Peggy Criel

08/01/2013