Bewakingsagenten: werknemers of zelfstandigen?

Auteur: Els Poelman
Datum:

Om het fenomeen van schijnzelfstandigheid in te dijken werd einde 2006 de Arbeidsrelatiewet ingevoerd. Sindsdien zijn er wettelijke criteria om een arbeidsrelatie, ongeacht de contractuele benaming, te (her)kwalificeren als arbeidsovereenkomst dan wel zelfstandige arbeid op basis van de realiteit van de uitvoering.

Sinds 1 januari 2013 is de slagkracht van deze wet gevoelig versterkt, als één van de maatregelen in het federaal beleid van fraudebestrijding.  Nieuw is de introductie van een wettelijk vermoeden in vier sectoren: bouw en aanverwanten, schoonmaak, goederen- en personenvervoer en bewaking.  In deze sectoren wordt de contractuele vrijheid van partijen extra beperkt en wordt een arbeidsrelatie vermoed een arbeidsovereenkomst te zijn als ze voldoet aan vijf (van een lijst van negen) welomschreven criteria.

In elk van deze sectoren kan een Koninklijk Besluit de standaard criteria aanpassen, zodat ze beter aansluiten bij de realiteit van het beroep. De bewaking is de eerste (en voorlopig enige) sector die hiervan gebruik maakt.

Vanaf 24 mei 2013 wordt een arbeidsrelatie vermoed een arbeidsovereenkomst te zijn wanneer de situatie van de bewakingsagent voldoet aan meer dan de helft - dus minstens vijf-  van deze criteria: 

  1. geen financieel of economisch risico wegens geen persoonlijke en substantiële investering in de onderneming resp. aandeel in haar winst/verlies
  2. geen verantwoordelijkheid en beslissingsmacht in het financieel beleid van de onderneming
  3. geen beslissingsmacht in het aankoopbeleid van de onderneming
  1. geen beslissingsmacht in het prijsbeleid van de onderneming (dit criterium vervalt wanneer wettelijk vastgelegde prijzen worden gehanteerd),

of geen inspraak bij het identificeren van potentiële klanten en bij het onderhandelen over/afsluiten van commerciële bewakingsopdrachten

  1. geen resultaatverbintenis betreffende het overeengekomen werk,

of geen rechtstreekse toegang tot informatie over de te bewaken site van de klant,

of geen opmaak van de eigen planning en van de eigen arbeidsorganisatie,

of geen recht tot bepaling van de tewerkstellingsplaats,

of onderworpen aan een systeem van tijdsregistratie,

of onderworpen aan controle door een hiërarchische overste

  1. recht op een vaste vergoeding ongeacht bedrijfsresultaat of omvang van de prestaties
  2. geen vrijheid personeel aan te werven of zich te laten vervangen zonder toestemming
  3. geen profilering als onderneming of activiteit hoofdzakelijk/gewoonlijk beperkt tot één medecontractant
  4. gebruik van materiaal ter beschikking gesteld, gefinancierd of gewaarborgd door de medecontractant,

of geen eigenaar/huurder van de communicatiemiddelen waarmee wordt gewerkt,

of het uniform is uitgerust met het bedrijfslogo van de medecontractant,

of de identificatiekaart F.O.D.BIZA draagt de naam van de medecontractant

Criterium 4, 5 en 9 worden meegeteld als één (voldaan) wanneer minstens één van de items is gerealiseerd (vandaar telkens de notie “of”).

Bronnen: Programmawet 27 december 2006 (Arbeidsrelatiewet); Koninklijk Besluit van 29 april 2013 tot uitvoering van artikel 337/2, § 3, van de programmawet (I) van 27 december 2006 wat betreft de aard van de arbeidsrelatie tussen een bewakingsagent bedoeld bij de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid en zijn medecontractant, B.S. 14 mei 2013.

Auteur: Els Poelman

07/06/2013