Beëindigingsvergoedingen: nieuwe wijziging

Auteur: Anne Ghysels
Datum:

De regering heeft een Koninklijk Besluit aangenomen dat nogmaals het sociale statuut wijzigt van de vergoedingen die worden uitgekeerd bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst. 

Ter herinnering, sinds 1 oktober 2013 waren alle vergoedingen ingevolge een niet-concurrentie- en niet-afwervingsbeding, de uitwinningsvergoedingen, de diverse beschermingsvergoedingen en de vergoeding wegens willekeurig ontslag van een arbeider (voor de rechten ontstaan vanaf 1/1/2014) aan RSZ onderworpen (zie onze Infoflash van 27 september 2013).

De regering is echter teruggekomen op zijn beslissing om de beschermingsvergoedingen aan socialezekerheidsbijdragen te onderwerpen, zoals sinds 1 oktober 2013 het geval was[1]. De beschermingsvergoedingen zijn dus niet langer aan RSZ onderworpen en kunnen opnieuw gecumuleerd worden met werkloosheidsvergoedingen.

Alleen de vergoedingen die worden toegekend ingevolge een niet-concurrentie- en niet-afwervingsbeding en de uitwinningsvergoedingen blijven RSZ-onderworpen, zoals dit van kracht was sinds 1 oktober 2013.

De hierboven vermelde bepalingen uit het Koninklijk Besluit van 21 december 2013 treden in werking met terugwerkende kracht tot 1 oktober 2013.

Bron: Koninklijk Besluit van 21 december 2013 tot wijziging van artikel 19 van het Koninklijk Besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, B.S. 31.12.2013.

 

[1] De beschermingsvergoedingen voor de afgevaardigden van het CPBW en de vakbondsafgevaardigden waren al vóór 1 oktober 2013 aan RSZ onderworpen en dat blijft ook zo.

Auteur: Anne Ghysels

08/01/2014