Bedrijfsleiders en huurvoordelen : revalorisatiecoëfficiënt 2016

Auteur: Isabelle Caluwaerts
Datum:

Wanneer een bedrijfsleider (bestuurder, zaakvoerder of vereffenaar) een gebouwd onroerend goed (waarvan hij eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker is) verhuurt aan de vennootschap of vereniging waar hij zijn activiteiten uitvoert, dan wordt het positieve verschil tussen de huur en 5/3 van het gerevaloriseerde kadastrale inkomsten aangemerkt als beroepsinkomsten. De revalorisatiecoëfficiënt voor kadastrale inkomens is vastgesteld op 4,31 voor het inkomstenjaar 2016 (4,23 voor het inkomstenjaar 2015).

Op het gedeelte dat wordt aangemerkt als beroepsinkomsten moet bedrijfsvoorheffing worden berekend. Indien de huur maandelijks wordt betaald, dan moet het gedeelte van het huurinkomen dat als beroepsinkomen wordt geherkwalificeerd, worden behandeld als een periodiek loon; dit wordt eventueel geteld bij het loon van diezelfde maand en er wordt bedrijfsvoorheffing op ingehouden, net zoals voor het periodieke loon. Het geherkwalificeerde bedrag moet ook op de fiscale fiche van de bedrijfsleider (fiche 281.20) worden vermeld.

Voorbeeld: Een bestuurder verhuurt aan zijn vennootschap een gebouwd onroerend goed met een kadastraal inkomen van € 2.000,00. De jaargrens bedraagt € 14.366,67 (= 2.000 x 4,31 x 5/3). De onderneming betaalt aan de bestuurder een maandelijkse huursom van € 1.500, dit is € 18.000 per jaar; er is dus een positief verschil van € 3.633,33. Dat bedrag van € 3.633,33 wordt geherkwalificeerd als een beroepsinkomen en er moet bedrijfsvoorheffing op berekend worden.

Bron: Koninklijk besluit van 17 november 2016 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de revalorisatiecoëfficiënt voor kadastrale inkomsten, B.S. 29 november 2016.

Auteur: Isabelle Caluwaerts

29/11/2016