Bedrijfsleiders en huurvoordelen (2014)

Auteur: Isabelle Caluwaerts
Datum:

Wanneer een bedrijfsleider (bestuurder, gerant of vereffenaar) een gebouwd onroerend goed (waarvan hij eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker is) verhuurt aan de vennootschap of vereniging waar hij zijn activiteiten uitvoert, dan worden de huurvoordelen die hij ontvangt op basis van artikel 32, 3° WIB 92, aangemerkt als beroepsinkomsten voor zover die huur meer bedraagt dan 5/3 van het gerevaloriseerde kadastrale inkomen. De revalorisatiecoëfficiënt voor kadastrale inkomens is vastgesteld op 4,23 voor het aanslagjaar 2015 (inkomens 2014).

Op het gedeelte dat wordt aangemerkt als beroepsinkomsten moet bedrijfsvoorheffing worden berekend. Indien de huur maandelijks wordt betaald, dan moet het gedeelte van het huurinkomen dat als beroepsinkomen wordt geherkwalificeerd, worden behandeld als een periodiek loon; dit wordt eventueel geteld bij het loon van diezelfde maand en er wordt bedrijfsvoorheffing op ingehouden, net zoals voor het periodieke loon. Het geherkwalificeerde bedrag moet ook op de fiscale fiche van de bedrijfsleider (fiche 281.20) worden vermeld.

Voorbeeld: Een bestuurder verhuurt aan zijn vennootschap een gebouwd onroerend goed met een kadastraal inkomen van € 2.000,00. De jaargrens bedraagt € 14.100 (= 2.000 x 4,23 x 5/3). De onderneming betaalt aan de bestuurder een maandelijkse huursom van € 1.500, dit is € 18.000 per jaar; er is dus een positief verschil van € 3.900. Dat bedrag van € 3.900 wordt geherkwalificeerd als een beroepsinkomen en er moet bedrijfsvoorheffing op berekend worden.

Bron: Koninklijk Besluit van 19 mei 2014 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de revalorisatiecoëfficiënt voor kadastrale inkomens, B.S. 26 mei 2014, ed. 2.

Auteur: Isabelle Caluwaerts

02/06/2014