Bedrijfleiders en huurvoordelen (2013)

Auteur: Anne Ghysels
Datum:

Wanneer een bedrijfsleider (bestuurder, zaakvoerder of vereffenaar) een gebouwd onroerend goed (waarvan hij eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker is) verhuurt aan de vennootschap of vereniging waar hij zijn activiteiten uitvoert, dan worden de huurvoordelen die hij ontvangt op basis van artikel 32, 3° WIB 92, aangemerkt als een beroepsinkomen voor zover die huur meer bedraagt dan 5/3 van het gerevaloriseerde kadastrale inkomen. De herwaarderingscoëfficiënt is 4,19 voor het aanslagjaar 2014 (inkomsten 2013).

Op het gedeelte dat wordt aangemerkt als beroepsinkomen moet bedrijfsvoorheffing worden berekend. Indien de huur maandelijks wordt betaald, dan moet het gedeelte van het huurinkomen dat als beroepsinkomen beschouwd moet worden, worden behandeld als een periodiek loon; dit wordt eventueel geteld bij het loon van diezelfde maand en er wordt bedrijfsvoorheffing op ingehouden, net zoals voor het periodieke loon.

Voorbeeld: Een bestuurder verhuurt aan zijn vennootschap een gebouwd onroerend goed met een kadastraal inkomen van € 2.000. De jaargrens bedraagt € 13.966,66 (= 2.000 x 4,19 x 5/3). De onderneming betaalt aan de bestuurder een maandelijkse huursom van € 1.250 of € 15.000 per jaar; er is dus een positief verschil van € 1.033,34. Dat bedrag van € 1.033,34 wordt beschouwd als een beroepsinkomen en er moet bedrijfsvoorheffing op berekend worden.

Bron: Koninklijk besluit van 18 juli 2013 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de revalorisatiecoëfficiënt voor kadastrale inkomens, B.S. 24 juli 2013.

Auteur: Anne Ghysels

24/07/2013