Arbeidsmigratie vanaf 1 januari 2019: start van de single permit in België en nieuwe voorwaarden in Vlaanderen

Auteur: Yves Stox
Datum:

Vanaf 1 januari 2019 verandert arbeidsmigratie naar België en Vlaanderen grondig. België gaat van start met de nieuwe procedure “single permit” (de gecombineerde vergunning). Vlaanderen gaat een stap verder en voert nieuwe voorwaarden in voor arbeidsmigranten. Zo wil Vlaanderen buitenlands talent aantrekken en structurele knelpuntberoepen invullen.

DE SINGLE PERMIT UIT DE STARTBLOKKEN

Eén procedure en één document: verblijf én werk

U wilt een werknemer van buiten de Europees Economische Ruimte tewerkstellen in België? Dan moet u zich vooraf twee vragen stellen. Mag die werknemer wonen in België? Heeft de werknemer recht om te werken in België? De verblijfsvergunning beantwoordde de eerste vraag, de arbeidskaart en de arbeidsvergunning de tweede vraag.

De “single permit” omvat beide elementen: verblijf én werk. Het is een elektronische verblijfskaart en omvat zowel een toelating tot verblijf als een toelating tot arbeid.

Nieuwe arbeidskaarten worden dus niet meer uitgereikt, behalve als het verblijf en de tewerkstelling in België een beoogde duur hebben van minder dan 90 dagen. In dat geval blijft de oude procedure van kracht, met als resultaat een verblijfsdocument en een arbeidskaart B.

Het verloop van de procedure

De aanvraag wordt ingediend in één gewest, maar de single permit geldt steeds voor het gehele Belgische grondgebied.

De gecombineerde vergunning moet worden aangevraagd bij het bevoegde gewest en wordt afgeleverd door de dienst vreemdelingenzaken (federale overheid). De arbeidsmigrant dient de aanvraag in via de werkgever bij het bevoegde gewest. In de regel is dat het gewest waar de werknemer hoofdzakelijk werkt. Elk gewest bepaalt de voorwaarden en de regels voor de indiening van de aanvraag.

Alle documenten moeten van bij de aanvang van de procedure worden ingediend. Dat vergt wat meer organisatie en planning dan onder de oude procedure. Die startte met de aanvraag voor arbeidskaart, nadien kwam de visumaanvraag. Voor het visum zijn documenten nodig die soms moeilijker zijn te verkrijgen, bijvoorbeeld het buitenlandse bewijs van goed zedelijk gedrag.

De gecombineerde vergunning geldt onafhankelijk van het tewerkstellingsscenario. Deze procedure geldt dus zowel wanneer de arbeidsmigrant in dienst treedt bij een Belgische werkgever, als bij een detachering naar België door de werkgever gevestigd buiten de EER.

De overheid heeft vier maanden de tijd

De beslissing tot toekenning van de gecombineerde vergunning moet worden genomen binnen de vier maanden na de kennisgeving aan de werkgever dat de aanvraag volledig is. Het is dus een maximumtermijn en geen standaard. Wordt er geen beslissing genomen binnen deze termijn, dan wordt de gecombineerde vergunning beschouwd te zijn toegekend.

VLAANDEREN: ARBEIDSMIGRATIE 2.0

De nieuwe regelgeving biedt middengeschoolden makkelijker toegang tot de arbeidsmarkt. Er is namelijk geen arbeidsmarktonderzoek vereist. De functie moet dan wel op een lijst van knelpuntberoepen staan. Dat is een dynamische lijst die om de twee jaar herbekeken worden in functie van de noden op de arbeidsmarkt.

De loongrenzen worden afgestemd op de reële lonen op de arbeidsmarkt. Bovendien wordt een lagere loongrens voorzien voor met name jongeren (tot 30 jaar): jongeren moeten minimum 80% van het gemiddeld bruto jaarloon verdienen. Voor 2019 bedraagt het gemiddeld bruto jaarloon 41.868 €.

Voor hooggeschoolden en leidinggevenden wordt de duurtijd van de toelatingen tot arbeid wordt van 12 maanden naar 3 jaar gebracht.

Arbeidsmigranten kunnen voor onbepaalde duur toegang tot de arbeidsmarkt krijgen, nadat ze in België 4 jaar gewerkt hebben.

VERGEET DE LIMOSA NIET!

De Limosa-meldingsplicht is juridisch geen onderdeel van de Belgische arbeidsmigratiewetgeving. Toch is het indirect ook een arbeidsmigratieverplichting. De Limosa moet worden verricht voor werknemers die tijdelijk of deeltijds in België komen werken. Het gaat met andere woorden om werknemers die hetzij gewoonlijk in een ander land dan België werken, hetzij zijn aangeworven in een ander land dan België. De Limosa-melding moet worden ingediend bij de RSZ vóór het begin van de activiteiten van de werknemer in België.