Afwezigheid op het werk: senioren eerder dan jongeren, arbeiders eerder dan bedienden!

Auteur: Rony Baert
Datum:

Het arbeidsverzuim van arbeiders is een derde hoger dan dat van bedienden. Daarnaast is het gemiddelde aantal afwezigheidsdagen 8 dagen per jaar voor werknemers jonger dan 25 jaar en 47 dagen voor werknemers van 55 jaar en ouder.

Dat zijn twee van de belangrijkste lessen die getrokken kunnen worden uit deze studie van 2015 over arbeidsverzuim, de 9de die gezamenlijk door Partena Professional en de UWE wordt uitgevoerd.

De studie van dit jaar richt zich dus op een fenomeen met zware gevolgen dat overigens met een meer gedetailleerde focus wordt behandeld: in termen van afwezigheid wegens niet-professionele ongeschiktheid zijn aanzienlijke verschillen merkbaar naargelang de leeftijdscategorie. Terwijl het gemiddelde aantal afwezigheidsdagen 8 dagen per jaar is voor werknemers jonger dan 25 jaar oud, loopt dit op tot ... 47 dagen voor werknemers van 55 jaar en ouder. Wat een verhouding van 1 tot 6 geeft! Deze afwezigheid leidt tot aanzienlijke kosten, zowel voor de onderneming als voor de gemeenschap en dan hebben we het nog niet over de impact voor de betrokken werknemers.

Terwijl het debat tussen de sociale partners over het eenheidsstatuut wordt voortgezet, is het dus niet oninteressant om op te merken dat de kloof tussen de afwezigheidsgraad van arbeiders en die van bedienden weliswaar afneemt, maar niettemin een derde hoger blijft voor arbeiders. Deze vaststelling roept vragen op en het probleem zal nog moeilijker op te lossen zijn wanneer de te ontwikkelen oplossingen neutraal moet zijn, met name op financieel vlak, voor alle betrokken partijen (werkgevers, werknemers en de gemeenschap).

In het algemeen worden in de 9e opeenvolgende studie van de Uwe en Partena Professional andere vaststellingen naar voren gebracht, waarvan een aantal leidt tot een stijging van de kosten die gedragen worden door de ondernemingen:

  • De Waalse werknemer presteert gemiddeld 192 dagen per jaar, dat wil zeggen een dag meer dan in de vorige periode die bestudeerd werd.
  • Hij is 43 dagen per jaar afwezig, waarvan 21 dagen wegens ziekte en 22 dagen om andere redenen (extralegaal verlof, tijdelijke werkloosheid, tijdskrediet, ...).
  • 56% van de afwezigheid wordt betaald door de werkgever (niet-professionele ongeschiktheid van korte duur, extralegaal verlof, ...).
  • 41% is ten laste van de gemeenschap (niet-professionele ongeschiktheid van lange duur, tijdskrediet, ...).
  • 3% leidt noch tot directe kosten voor de werkgever noch tot kosten voor de gemeenschap (onbetaald verlof, ongerechtvaardigde afwezigheid).
  • Niet-professionele ongeschiktheid van korte duur (minder dan 30 dagen) en van lange duur (meer dan 30 dagen) kent een gestage toename sinds 2005 en vormt de belangrijkste oorzaak van afwezigheid. Ongeschiktheid van lange duur neemt toe van periode tot periode, zonder uitzondering!

Dit verontrustende fenomeen, dat bevestigd wordt door verschillende studies, waaronder die van het RIZIV, heeft niet alleen gevolgen voor de werknemers die er het slachtoffer van zijn, maar ook voor de ondernemingen die geconfronteerd worden met organisatorische problemen en extra kosten, alsmede voor de gemeenschap waarvoor de financieringsbehoeften toenemen.

  • De tijdelijke werkloosheid blijft vrij hoog ondanks een gevoelige daling. Helaas moet hier geen herstel van de economische activiteit in worden gezien, maar het resultaat van een zachte winter waardoor het beroep op tijdelijke werkloosheid wegens slechte weersomstandigheden sterk beperkt kon worden. Dit gezegd zijnde, heeft het Belgische systeem van tijdelijke werkloosheid om economische redenen naakte ontslagen afgeremd en ons land in staat gesteld om zich te profileren als een goede leerling van de Europese klas inzake tewerkstelling.
  • Stabiliteit op het laagste niveau voor de tweede opeenvolgende periode op het vlak van professionele arbeidsongeschiktheid (arbeidsongevallen), na een gestage daling sinds 2006-2007.
  • Voor het tweede opeenvolgende jaar daalt het tijdskrediet, terwijl het elk jaar toenam tijdens de eerste 7 studies. Hierin moet de invloed worden gezien van de maatregelen van de regering Di Rupo die de toegangsvoorwaarden voor de stelsels van loopbaanonderbreking heeft verscherpt.

Over het algemeen leiden deze verschillende parameters tot een stijging van de kosten die gedragen worden door de ondernemingen (meer dan 1% hoger dan in de vorige studie). Deze stijging wordt verklaard door de daling van de tijdelijke werkloosheid (die ten laste wordt genomen door de gemeenschap). Als we daaraan de toename van de wettelijk verlofdagen, extralegale verlofdagen en ADV inhaalrustdagen toevoegen, die door de werkgever worden betaald, weegt dit alles op de kosten van de ondernemingen en dus op hun concurrentievermogen.

In de focus van de studie van 2015 zou het simplistisch zijn om de ondernemingen te viseren voor de ontwikkeling van bepaalde verschijnselen zoals stress of burn-out, vooral bij oudere werknemers. Vele studies hebben reeds aangetoond dat het optreden van dergelijke situaties toe te schrijven is aan een reeks fenomenen die variëren van de gezinssituatie, mobiliteitsproblemen of de algemene context van de onderneming tot de economische crisis. De werkgevers zijn overigens onderworpen aan een streng wettelijk kader om bestrijdingsmaatregelen op te zetten voor de preventie en tegen de gevolgen van deze angstfenomenen.

Methodologische verduidelijkingen

Het sociaal secretariaat Partena Professional en de Union Wallonne des Entreprises hebben zich voor het 9e opeenvolgende jaar geassocieerd om alle redenen te identificeren waarom een werknemer niet aanwezig is op zijn werkplek in het Waalse Gewest. Deze "afwezigheid" werd behandeld op basis van vijf parameters (status, geslacht en leeftijd van de werknemer, grootte en sector van de onderneming), waarvan sommige gekruist werden. De studie werd uitgevoerd op basis van gegevens afkomstig van 8.119 werkgevers die 73.380 werknemers tewerkstellen en beslaat de periode van het 3e kwartaal van 2013 tot het 2e kwartaal van 2014, dat wil zeggen van 1 juli 2013 tot 30 juni 2014.

De studie over het arbeidsverzuim in het Waals Gewest voor de periode 2013-2014 is beschikbaar op de website van Partena Professional en op de website van de UWE.

PERSCONTACTEN :

UNION WALLONNE DES ENTREPRISES
Yves‐Etienne MASSART
Marketing & Communication Manager
010/47.19.47 – 0476/65.01.33
yves‐etienne.massart@uwe.be
www.uwe.be

PARTENA PROFESSIONAL
Rony BAERT
General Counsel
02/549.33.86 – 0473/93.11.04
rbaert@partena.be
www.partena‐professional.be

Auteur: Rony Baert

02/06/2015