Afschaffing fiscale vrijstelling bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst

Auteur: Peggy Criel
Datum:

Na een gedeeltelijke afschaffing van de maatregel in 2014, wordt de fiscale vrijstelling bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst definitief afgeschaft in 2019.

Context

Sedert 1 januari 2012 genoten werknemers of bedrijfsleiders die belastbare bezoldigingen ontvingen in het kader van een beëindiging van de arbeidsovereenkomst een fiscale vrijstelling.  

De vrijstelling werd gedeeltelijk afgeschaft op 1 januari 2014 maar bleef nog van toepassing in twee gevallen:

  • voor zover het ontslag ter kennis van de werknemer werd gebracht vóór 1 januari 2014;
  • wanneer het ontslag door de werkgever werd gegeven vanaf 1 januari 2014 aan de werknemer die voldeed aan de volgende voorwaarden:
    • de werknemer maakte het voorwerp uit van een ontwerp van collectief ontslag dat, overeenkomstig artikel 66, § 2, eerste lid van de wet van 13 februari 1998 houdende bepalingen tot bevordering van tewerkstelling, ten laatste werd betekend op 31 december 2013;
    • de werknemer viel onder het toepassingsgebied van een cao die de gevolgen van het collectief ontslag omkadert en die ten laatste op 31 december 2013 werd neergelegd op de griffie van de Algemene Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.

Definitieve afschaffing van de vrijstelling

Om de vrijstelling anno 2019 toe te passen moet het ontslag aan de werknemer ter kennis zijn gebracht vóór 1 januari 2014 of moet de collectieve ontslagprocedure aangevat zijn ten laatste op 31 december 2013.
Gezien dergelijke gevallen bijna niet meer voorkomen besliste men om de vrijstelling definitief af te schaffen op 1 januari 2019. Ontslaguitkeringen, vergoedingen en schadeloosstellingen toegekend vanaf 1 januari 2019 kunnen niet meer genieten van de vrijstelling.

Bron: Wet van 11 februari 2019 houdende fiscale, fraudebestrijdende, financiële alsook diverse bepalingen (1), B.S. 22 maart 2019.